Tuple Logo
microservices vs monolith

SHARE

Microservices vs monolith: welke architectuur past bij jouw organisatie?

can-senturk
Can Şentürk
2026-02-23 12:40 - 18 minuten
Software Architecture
DevOps
Cloud

Microservices vs monolith is een van de belangrijkste architectuurkeuzes binnen moderne softwareontwikkeling. Deze keuze beïnvloedt hoe systemen schalen, hoe teams samenwerken en hoe snel nieuwe features live gaan.

Beide aanpakken kunnen werken. Beide kunnen ook mislukken.

Het verschil zit in de context. Een monolithic architecture kan in de beginfase zorgen voor snelheid en overzicht. Microservices kunnen juist flexibiliteit en schaalbaarheid bieden in complexere omgevingen. De uitdaging is herkennen wanneer eenvoud een beperking wordt, en wanneer flexibiliteit juist extra complexiteit introduceert.

Architectuur moet geen trends volgen, maar strategie. Beslissingen over system design hebben invloed op kosten, opleversnelheid, technisch risico en onderhoud op de lange termijn. Daarom zijn architectuurkeuzes zelden puur technisch. Het zijn zakelijke beslissingen.

Wil je beter begrijpen hoe architectuurkeuzes samenhangen met business impact, dan gaat software architecture consulting hier dieper op in.

In dit artikel zetten we de verschillen tussen microservices en monoliths uiteen, vergelijken we hun sterke en zwakke punten en helpen we bepalen welke architectuur echt past bij jouw situatie.

Wat is een monolithic architecture?

Een monolithic architecture is een softwareontwerp waarbij de volledige applicatie wordt gebouwd als één samenhangend systeem. Alle kernonderdelen, user interface, business logic en data access, maken deel uit van één codebase en worden gezamenlijk gedeployed als één geheel.

Er zijn geen onafhankelijk draaiende services. Geen aparte deployments. Alles beweegt samen.

In de praktijk betekent dit dat wanneer er een wijziging wordt gedaan, de volledige applicatie opnieuw wordt gebouwd en uitgerold. In het begin voelt dat efficiënt. Er is één repository om te beheren, één deployment pipeline om te onderhouden en één runtime-omgeving om te monitoren.

Voor producten in een vroege fase of systemen met een duidelijke scope kan deze structuur zeer effectief zijn. Architectuurkeuzes blijven overzichtelijk en de operationele complexiteit is beperkt. Maar naarmate de applicatie groeit in omvang, teamgrootte en functionaliteit, kan diezelfde eenvoud voor structurele spanning zorgen.

Het is daarom belangrijk om beide kanten te begrijpen voordat je beslist of een monolith past bij jouw situatie.

Voordelen van een monolithic architecture

Eenvoudiger ontwikkelmodel

Een monolith centraliseert alles. Ontwikkelaars werken binnen één gedeelde codebase, waardoor het beheren van servicegrenzen of communicatie tussen services niet nodig is.

Er is geen netwerkvertraging tussen componenten en geen distributed tracing om in te richten. Debugging is overzichtelijker, omdat het volledige systeem zich op één plek bevindt. Als er iets misgaat, hoeft slechts één applicatie onderzocht te worden.

Voor kleine tot middelgrote applicaties leidt deze duidelijkheid vaak tot hogere productiviteit op de korte termijn.

Geïntegreerd deploymentproces

Deployment binnen een monolithic architecture is voorspelbaar. De volledige applicatie wordt verpakt en uitgebracht als één artefact.

Er is geen behoefte aan container orchestration, service meshes of complexe versieafstemming tussen services. Dit verlaagt de infrastructurele belasting en vermindert operationeel risico, zeker wanneer releases niet continu plaatsvinden.

Voor veel interne tools of platforms met een stabiele functionaliteit is dit deploymentmodel volledig toereikend.

Lagere initiële operationele kosten

Distributed systems vereisen monitoringtools, service discovery, load balancing en foutafhandeling over meerdere services. Een monolith vermijdt het grootste deel van deze complexiteit.

De infrastructuur is eenvoudiger te beheren. Logging is centraal ingericht. Security-configuraties worden op één plek toegepast. Daardoor zijn de operationele kosten in de beginfase vaak lager.

Dit maakt monoliths aantrekkelijk wanneer budgetten beperkt zijn of wanneer de architecturale volwassenheid nog in ontwikkeling is.

Beperkingen van een monolithic architecture

Beperkte flexibiliteit in schaalbaarheid

Een monolith schaalt als geheel. Wanneer één feature veel verkeer krijgt, moet de volledige applicatie worden opgeschaald.

Dit kan leiden tot inefficiënt gebruik van resources. In plaats van alleen het onderdeel te schalen dat extra capaciteit nodig heeft, krijgt het hele systeem meer infrastructuur toegewezen.

Naarmate verkeerspatronen ongelijkmatiger worden, wordt deze beperking duidelijker.

Toenemende coördinatie-overhead

Wanneer meerdere teams in dezelfde codebase werken, nemen afhankelijkheden toe. Features raken gedeelde modules en wijzigingen vereisen afstemming tussen teams.

Releasecycli kunnen vertragen doordat deployments gecoördineerd moeten worden. Zelfs een kleine update vereist het opnieuw uitrollen van de volledige applicatie. Dat vergroot het risico en maakt snelle experimenten lastiger.

Op termijn begint organisatorische complexiteit de architecturale complexiteit te weerspiegelen.

Toenemende structurele rigiditeit

Naarmate de codebase groeit, kunnen grenzen tussen componenten vervagen. Zonder strikte modulaire discipline ontstaat er sterke koppeling tussen features.

Refactoring wordt lastiger, omdat wijzigingen in één onderdeel gevolgen hebben voor andere delen van het systeem. Dit is zelden direct zichtbaar. Het bouwt zich geleidelijk op.

Uiteindelijk wordt het systeem moeilijker aanpasbaar. Innovatie vertraagt. Onderhoud vergt meer inspanning. Dit is vaak het moment waarop de kosten van verwaarloosde software zichtbaar worden, omdat technische frictie de opleversnelheid en wendbaarheid van de organisatie begint te beïnvloeden.

Een monolithic architecture is niet per definitie fout. Het is vaak het juiste startpunt. De kernvraag is niet of monoliths goed of slecht zijn, maar of de structuur nog steeds past bij de huidige schaal en groeirichting van het systeem.

Architectuurkeuzes moeten aansluiten op de huidige behoeften, terwijl ze toekomstige complexiteit niet blokkeren.

Wat is een microservices architecture?

Een microservices architecture is een systeemontwerp waarbij een applicatie wordt opgebouwd uit meerdere kleine, onafhankelijke services. Elke service heeft een duidelijke verantwoordelijkheid en draait als een afzonderlijk deploybaar onderdeel.

In plaats van één grote codebase wordt het systeem opgesplitst in meerdere services die via API’s met elkaar communiceren. Elke service kan zelfstandig worden ontwikkeld, gedeployed en geschaald.

Deze aanpak introduceert meer architecturale complexiteit. Maar daar staat flexibiliteit tegenover.

Microservices worden vaak toegepast in omgevingen waar meerdere teams parallel werken, waar features snel evolueren of waar schaalbehoeften per onderdeel verschillen. De architectuur is gericht op groei en verandering, in plaats van centrale controle.

Onafhankelijkheid heeft echter een prijs. Distributed systems vereisen strakke coördinatie, monitoring en operationele volwassenheid. Zonder die basis kunnen microservices meer problemen creëren dan oplossen.

Het is daarom belangrijk om zowel de voordelen als de trade-offs goed te begrijpen voordat je voor deze aanpak kiest.

Voordelen van microservices

Onafhankelijke schaalbaarheid

Elke service kan afzonderlijk worden opgeschaald. Wanneer één feature veel verkeer ontvangt, hoeft alleen die specifieke service extra resources te krijgen.

Dit leidt tot efficiënter gebruik van infrastructuur in vergelijking met het opschalen van een volledige monolithic application. Het systeem kan beter omgaan met ongelijkmatige groeipatronen.

In omgevingen met veel verkeer of snelgroeiende SaaS-platforms kan deze flexibiliteit een strategisch voordeel zijn.

Snellere en veiligere deployments

Omdat services onafhankelijk zijn, kunnen updates worden uitgerold zonder het hele systeem te beïnvloeden. Teams kunnen nieuwe features of bugfixes deployen zonder volledige applicatiecoördinatie.

Dit verlaagt het risico bij releases. Een fout in één service betekent niet automatisch dat het hele platform uitvalt.

Op de lange termijn ondersteunt dit kortere releasecycli en een meer continue vorm van delivery.

Duidelijke ownership en teamautonomie

Microservices sluiten goed aan bij een teamgerichte structuur. Elk team kan eigenaar zijn van een specifieke service en de volledige lifecycle beheren.

Dit vermindert bottlenecks tussen teams en vergroot de verantwoordelijkheid. Daarnaast kunnen teams tooling of technologie kiezen die het beste past bij hun service.

In complexe omgevingen stimuleert deze autonomie snellere innovatie.

Beperkingen van microservices

Operationele complexiteit

Distributed systems vereisen service discovery, load balancing, centrale logging en monitoring over meerdere services.

Communicatie verloopt via het netwerk, wat latency en potentiële failure points introduceert. Debugging wordt complexer omdat problemen meerdere services kunnen raken.

Zonder sterke DevOps-processen kan deze extra complexiteit zwaarder wegen dan de voordelen.

Hogere infrastructuurkosten

Het draaien van meerdere onafhankelijke services vraagt doorgaans meer infrastructuur. Container orchestration-platforms en monitoringtools verhogen de operationele kosten.

Hoewel deze investering zich kan terugbetalen bij schaal, is zij zelden gerechtvaardigd voor kleine of stabiele systemen.

Risico op te vroege adoptie

Microservices worden soms gekozen omdat ze modern of schaalbaar klinken. Maar als het systeem die flexibiliteit nog niet nodig heeft, kan de architectuur onnodig complex worden.

Dit zie je vooral bij groeiende SaaS-platforms. Architecturale ambitie zonder structurele noodzaak leidt vaak tot frictie bij het schalen, zoals ook terugkomt in scalingsfouten.

Microservices zijn krachtig. Maar ze vereisen discipline, automatisering en architecturale helderheid. De keuze moet voortkomen uit systeemcomplexiteit en groeipatronen, niet uit trendgevoeligheid.

Belangrijkste verschillen tussen monolith en microservices

De definities begrijpen is één ding. Een keuze maken vraagt om een scherpere vergelijking.

Monolith en microservices verschillen in structuur, schaalgedrag, deploymentstrategie en operationele vereisten. Die verschillen worden pas echt relevant wanneer je ze bekijkt vanuit business impact.

Hieronder zetten we de belangrijkste contrasten uiteen.

Schaalbaarheid

Een monolith schaalt als één geheel. Wanneer het verkeer toeneemt, wordt de volledige applicatie gerepliceerd of krijgt deze extra resources.

Bij microservices schaal je per service. Als één feature meer capaciteit nodig heeft, wordt alleen die specifieke service opgeschaald.

Bij ongelijk verdeelde load zijn microservices efficiënter. Bij stabiel en voorspelbaar verkeer kan monolithische schaalbaarheid echter volledig volstaan.

Deployment en releasecycli

In een monolithic architecture vereist zelfs een kleine wijziging het opnieuw uitrollen van de volledige applicatie. Naarmate het systeem groeit, neemt de coördinatie toe en stijgt het deploymentrisico.

Microservices maken onafhankelijke deployments mogelijk. Teams kunnen updates uitrollen naar één service zonder andere onderdelen te beïnvloeden. Dit ondersteunt continuous delivery en kortere iteratiecycli.

Die voordelen zijn echter afhankelijk van sterke automatisering en monitoring. Zonder die basis verschuift de complexiteit, in plaats van dat deze verdwijnt.

Teamstructuur en ownership

Monoliths stimuleren gedeelde verantwoordelijkheid over één systeem. Dit werkt goed in kleinere teams waar communicatie direct is en afstemming eenvoudig blijft.

Microservices sluiten beter aan bij gedistribueerde teams. Elk team kan end-to-end eigenaar zijn van een service, inclusief development, deployment en onderhoud.

Naarmate organisaties groeien, weerspiegelt architectuur vaak de teamstructuur. Wanneer meerdere teams parallel werken met weinig overlap, kunnen microservices dit model beter ondersteunen.

Performance en betrouwbaarheid

Een monolith vermijdt netwerkcommunicatie tussen interne componenten. Dit leidt vaak tot voorspelbare performance en minder distributed failure points.

Microservices communiceren via het netwerk. Dit introduceert latency en vereist fault tolerance-mechanismen zoals retries en circuit breakers.

Daartegenover staat dat microservices betere fault isolation bieden. Als één service uitvalt, kan de rest van het systeem operationeel blijven, mits de architectuur zorgvuldig is ontworpen.

Kosten en operationele overhead

Monolithic systems zijn in de beginfase meestal goedkoper in gebruik. Infrastructuur, monitoring en deploymentprocessen zijn eenvoudiger ingericht.

Microservices vereisen geavanceerdere infrastructuur, waaronder orchestration-platforms en distributed monitoring. Dit verhoogt de operationele kosten en vraagt om hogere engineering maturity.

Microservices kiezen zonder operationele volwassenheid kan leiden tot complexiteit die de delivery juist vertraagt in plaats van versnelt.

Security en risicoprofiel

Een monolith heeft intern een kleinere attack surface, omdat alle componenten binnen dezelfde boundary draaien. Security policies zijn gecentraliseerd en eenvoudiger consistent af te dwingen.

Microservices vergroten het aantal endpoints en communicatiepaden. Hierdoor neemt de attack surface toe en zijn strengere access controls en authenticatiemechanismen nodig.

Security in distributed systems is goed beheersbaar, maar vereist bewuste architecturale planning.

Het verschil tussen monolith en microservices draait niet om goed of fout. Het draait om alignment.

Architectuur moet aansluiten op de schaal, teamstructuur en groeirichting van het systeem. Wanneer die factoren veranderen, kan ook de geschiktheid van de architectuur veranderen.

Wanneer een monolith de betere keuze is

Een monolithic architecture is vaak het juiste startpunt. Het vermindert vroege complexiteit en stelt teams in staat zich te focussen op het leveren van kernfunctionaliteit, in plaats van het beheren van infrastructuur.

De kernvraag is wanneer eenvoud zorgt voor momentum in plaats van beperking.

Duidelijke en stabiele product scope

Wanneer requirements goed gedefinieerd zijn en niet snel veranderen, biedt een monolith efficiëntie. Het systeem kan zich ontwikkelen binnen een gecontroleerde structuur, zonder noodzaak voor distributed coördinatie.

Interne tools, operationele dashboards of platforms met voorspelbare features passen vaak goed binnen deze aanpak.

Kleinere teams

Met een beperkt aantal developers is coördinatie eenvoudiger binnen één gedeelde codebase. Er zijn minder ownership boundaries en beslissingen kunnen sneller worden genomen.

Microservices te vroeg introduceren kan in deze context kunstmatige complexiteit creëren. De communicatie-overhead neemt dan toe in plaats van af.

Vroege productfase

Startups en nieuwe productinitiatieven geven vaak prioriteit aan snelheid boven architecturale flexibiliteit. Een monolith maakt snellere prototyping en iteratie mogelijk zonder dat geavanceerde DevOps-processen vereist zijn.

Wanneer product-market fit nog in ontwikkeling is, is flexibiliteit in features vaak belangrijker dan structurele onafhankelijkheid tussen services.

Beperkte operationele volwassenheid

Microservices vereisen automatisering, monitoring en gestructureerde releaseprocessen. Zonder die fundamenten kunnen distributed systems fragiel worden.

Wanneer operationele processen nog groeien, kan een monolith stabiliteit bieden en risico verminderen.

Een monolithic architecture is geen compromis. In de juiste context is het de meest pragmatische keuze.

Wanneer microservices logisch zijn

Microservices worden waardevol wanneer de complexiteit groeit voorbij wat één codebase comfortabel kan dragen.

De architectuur ondersteunt schaalbaarheid, autonomie en veerkracht, maar alleen wanneer het systeem daar daadwerkelijk om vraagt.

Complexe en evoluerende systemen

Wanneer features zich snel uitbreiden en verschillende onderdelen van het platform in een ander tempo veranderen, kan het opsplitsen in services interne frictie verminderen.

Onafhankelijke services maken het mogelijk om wijzigingen door te voeren zonder dat andere delen van het systeem worden geraakt. Dit vergroot de wendbaarheid en verlaagt de impact van veranderingen.

Meerdere autonome teams

Naarmate organisaties groeien, werken meerdere teams vaak aan verschillende domeinen binnen hetzelfde platform. Microservices bieden duidelijke ownership boundaries en verminderen afhankelijkheden tussen teams.

De architectuur weerspiegelt dan de organisatiestructuur en maakt parallel development mogelijk zonder constante onderlinge afstemming.

Hoge schaalbaarheidseisen

Wanneer specifieke features te maken krijgen met hoge of onvoorspelbare traffic, wordt onafhankelijke schaalbaarheid een strategisch voordeel.

Dit is vooral relevant voor SaaS-platforms, waar ongelijkmatige groeipatronen gebruikelijk zijn. Architecturale misalignment in deze fase leidt vaak tot performance- en reliabilityproblemen, zoals zichtbaar wordt bij scalingsfouten.

Behoefte aan hogere fouttolerantie

In distributed architectures kunnen storingen geïsoleerd worden. Als één service uitvalt, kan de rest van het systeem operationeel blijven.

Voor systemen waar uptime cruciaal is, kan deze veerkracht de extra complexiteit rechtvaardigen.

Kiezen voor microservices draait niet om moderniteit. Het draait om structurele noodzaak.

Wanneer systeemgroei, teamgrootte en performance-eisen het comfortniveau van een monolith overstijgen, kunnen microservices de flexibiliteit bieden die nodig is voor de volgende fase.

Migratie: van monolith naar microservices

Overstappen van een monolith naar microservices is geen technische upgrade. Het is een structurele verschuiving.

Migratie mag nooit worden gedreven door trends of externe druk. Het moet voortkomen uit echte architecturale frictie. Wanneer delivery vertraagt, schaalbaarheid inefficiënt wordt of teamcoördinatie een bottleneck vormt, kan het systeem zijn oorspronkelijke structuur ontgroeid zijn.

Voordat er iets wordt opgesplitst, moet de kernvraag helder zijn: belemmert de huidige architectuur de voortgang van de business?

Signalen dat het tijd kan zijn om te splitsen

Migratie wordt relevant wanneer signalen structureel zijn in plaats van tijdelijk.

Tragere releasecycli

Wanneer zelfs kleine wijzigingen zware coördinatie vereisen en een volledige redeployment nodig is, begint de release velocity af te nemen.

Dit is vaak een vroeg signaal dat de systeemgrenzen niet langer duidelijk zijn.

Schaalinefficiënties

Wanneer één feature veel resources vraagt maar het hele systeem moet worden opgeschaald, nemen infrastructuurkosten en complexiteit toe.

Op termijn maakt dit groei onnodig duur.

Toenemende technische frictie

Als teams terughoudend worden om delen van het systeem aan te passen uit angst voor neveneffecten, is er waarschijnlijk architecturale rigiditeit ontstaan.

Refactoring wordt risicovol. Innovatie vertraagt. Deze signalen overlappen vaak met bredere indicaties uit moderniseringssignalen, waar structurele spanning de wendbaarheid van de organisatie begint te beïnvloeden.

Veelvoorkomende migratiestrategieën

Een volledige rewrite is zelden de juiste keuze. Gecontroleerde, incrementele migratie is duurzamer.

Het strangler pattern

In plaats van de monolith in één keer te vervangen, worden specifieke features geleidelijk geëxtraheerd naar onafhankelijke services.

Na verloop van tijd verschuift steeds meer functionaliteit, waardoor de oorspronkelijke kern kleiner wordt. Deze aanpak vermindert risico, omdat het systeem tijdens de transitie operationeel blijft.

Domain-driven extraction

Services worden gedefinieerd op basis van businessdomeinen in plaats van technische lagen. Duidelijke boundaries verminderen koppeling en maken ownership overzichtelijker.

Dit vereist zorgvuldige architecturale planning. Migreren zonder duidelijke servicegrenzen leidt vaak tot distributed verwarring in plaats van helderheid.

Hybride fases

Tijdens migratie bevindt het systeem zich vaak tijdelijk in een hybride toestand. Een deel blijft in de monolith, terwijl geselecteerde services onafhankelijk draaien.

Deze fase vraagt om sterke integratiediscipline, vergelijkbaar met de afwegingen in legacy integratiekeuzes, waar de balans tussen vervangen en integreren bepalend is voor lange termijn onderhoudbaarheid.

Risico’s tijdens de transitie

Migratie brengt naast flexibiliteit ook nieuwe risico’s met zich mee.

Toegenomen complexiteit

Twee architecturen parallel laten draaien vereist coördinatie. Monitoring, logging en deployment pipelines moeten hybride operaties ondersteunen.

Zonder duidelijke governance vermenigvuldigt de complexiteit zich.

Culturele en procesverandering

Microservices vragen om autonomie en accountability. Teams moeten services end-to-end beheren, inclusief operations.

Als de organisatiestructuur niet meegroeit met de architectuur, kunnen technische voordelen worden ondermijnd door procesfrictie.

Technical debt tijdens transitie

Wanneer migratie wordt overhaast, kunnen dubbele logica en tijdelijke integraties nieuwe technical debt creëren in plaats van bestaande schuld verminderen.

Architecturale helderheid moet gedurende het hele proces prioriteit blijven.

Migratie is geen doel op zich. Het is een reactie.

Wanneer zorgvuldig uitgevoerd, kan de overgang van monolith naar microservices schaalbaarheid en teamautonomie ontsluiten. Wanneer te vroeg ingezet, kan het onnodige complexiteit introduceren.

De beslissing moet altijd gebaseerd zijn op structurele noodzaak, niet op architecturale ambitie.

Hybride aanpakken: modular monolith en evolutionary design

De keuze tussen een monolith en microservices is niet altijd zwart-wit. In veel situaties biedt een hybride aanpak de juiste balans tussen eenvoud en flexibiliteit.

Architectuur hoeft niet in één keer van het ene uiterste naar het andere te verschuiven. Ze kan evolueren.

Een goed gestructureerd systeem groeit vaak in fases. Simpel starten en geleidelijk duidelijke boundaries introduceren kan risico verlagen, terwijl wendbaarheid behouden blijft.

Modular monolith

Een modular monolith behoudt één deployment unit, maar introduceert duidelijke interne grenzen. In plaats van één sterk gekoppelde codebase wordt het systeem opgesplitst in goed gedefinieerde modules.

Elke module vertegenwoordigt een specifiek businessdomein. Afhankelijkheden tussen modules worden gecontroleerd. Communicatie verloopt via duidelijke interfaces, ook al draait alles binnen dezelfde applicatie.

Deze aanpak biedt meerdere voordelen.

Structurele duidelijkheid zonder distributed overhead

Modules creëren scheiding van verantwoordelijkheden zonder dat onafhankelijke services nodig zijn. Het systeem blijft eenvoudig te deployen, terwijl interne koppeling wordt verminderd.

Hiermee ontstaat discipline in de architectuur, zonder de operationele complexiteit van een volledig distributed model.

Eenvoudigere toekomstige extractie

Als groei later microservices vereist, kunnen duidelijk afgebakende modules relatief eenvoudig worden geëxtraheerd naar afzonderlijke services.

In veel gevallen biedt een modular monolith de structurele voordelen van microservices, maar zonder de directe infrastructuurkosten.

Evolutionary architecture

Evolutionary design gaat ervan uit dat architectuur in de tijd verandert. In plaats van vooraf een definitieve keuze te maken, wordt het systeem zo ontworpen dat het geleidelijk kan aanpassen.

Dit betekent onder andere:

Het doel is niet om de eindarchitectuur perfect te voorspellen. Het doel is om structurele dead ends te vermijden.

Architecturale evolutie vraagt om bewuste keuzes. Het gebeurt niet vanzelf. Deze discipline sluit aan bij hoe complexe systemen worden ingericht binnen architectuuradviestrajecten, waar flexibiliteit vooraf wordt meegenomen in plaats van achteraf gerepareerd.

Hybride strategieën erkennen een simpele waarheid: complexiteit moet pas worden toegevoegd wanneer dat nodig is.

Een modular monolith kan jarenlang meegroeien. Microservices kunnen later incrementeel worden geïntroduceerd wanneer schaal, teamgrootte of productcomplexiteit dat rechtvaardigen.

Architectuur is het sterkst wanneer ze meebeweegt met de business, niet wanneer ze daarop vooruitloopt.

Hoe kies je de juiste architectuur

Kiezen tussen een monolith en microservices draait niet om technische voorkeur. Het draait om alignment.

Architectuur moet aansluiten op businessdoelen, groeiverwachtingen en operationele volwassenheid. Een verkeerde keuze is zelden direct zichtbaar. Ze wordt pas duidelijk wanneer het systeem onder druk komt te staan.

De volgende dimensies helpen om de beslissing gestructureerd te benaderen.

Businessdoelen en groeiverwachtingen

Als de product roadmap stabiel is en groeiprognoses gematigd zijn, kan een monolith de strategie ondersteunen zonder onnodige complexiteit toe te voegen.

Wanneer snelle expansie, hoge feature velocity of internationale schaal worden verwacht, wordt flexibiliteit belangrijker. In dat geval kunnen microservices, of op zijn minst modulaire boundaries, op lange termijn voordelen bieden.

Architectuur moet ondersteunen waar het systeem naartoe beweegt, niet alleen waar het vandaag staat.

Teamstructuur en ownership

Kleine, goed afgestemde teams werken vaak efficiënt binnen een monolith. De coördinatie blijft beheersbaar en gedeelde verantwoordelijkheid functioneert.

Naarmate organisaties groeien en teams zich specialiseren, worden duidelijke boundaries belangrijker. Microservices kunnen autonomie versterken en afhankelijkheden tussen teams verminderen.

In veel gevallen begint architectuur de organisatiestructuur te weerspiegelen. Wanneer die twee niet op elkaar aansluiten, ontstaat frictie.

Operationele gereedheid

Microservices vragen om volwassen DevOps-praktijken. Continuous integration, geautomatiseerde deployments, monitoring en incident response moeten betrouwbaar zijn.

Zonder deze basis vergroten distributed systems het risico in plaats van het te verkleinen.

Een monolith, zeker een modular monolith, kan een veiligere keuze zijn wanneer operationele processen nog in ontwikkeling zijn.

Complexiteitstolerantie

Elke architecturale beslissing verhoogt de cognitieve belasting. Microservices introduceren distributed communicatie, servicecoördinatie en netwerkafhankelijkheden.

De vraag is niet of het team microservices kan bouwen. De vraag is of de extra complexiteit gerechtvaardigd is door echte systeemvereisten.

Als de huidige architectuur groei niet belemmert, kan het introduceren van distributed complexiteit voorbarig zijn.

Lange termijn wendbaarheid

Systemen blijven zelden statisch. Features breiden uit. Verkeer verandert. Teams groeien.

Sterke architectuurkeuzes voorspellen niet perfect de toekomst, maar voorkomen dat het systeem vastloopt in rigide structuren.

Voordat een structurele verschuiving wordt ingezet, is het verstandig om bredere moderniseringsvragen te evalueren, zoals besproken in 10 moderniseringsvragen. Architectuur moet altijd passen binnen een bredere strategische context.

Er is geen universele winnaar tussen monolith en microservices.

De juiste architectuur is degene die past bij de complexiteit van het systeem, de effectiviteit van teams ondersteunt en de business laat bewegen zonder structurele weerstand.

Architecture follows strategy

Microservices vs monolith is geen discussie met één universeel antwoord. Het is een strategische keuze die moet aansluiten op de huidige realiteit van je systeem en de richting waarin je organisatie zich ontwikkelt.

Een monolithic architecture kan zorgen voor snelheid, duidelijkheid en operationele eenvoud. Microservices kunnen flexibiliteit, schaalbaarheid en teamautonomie ontsluiten. Beide zijn valide. Beide kunnen mislukken wanneer ze niet aansluiten op de behoeften van de business.

De echte vraag is niet welke architectuur beter is. De echte vraag is of je huidige structuur nog steeds delivery speed, schaalbaarheid en lange termijn wendbaarheid ondersteunt.

Architecturale keuzes bepalen kosten, risico en innovatiekracht. Ze moeten bewust worden genomen.

Wil je beoordelen of je huidige setup nog past bij je groeitraject, neem dan contact met ons op voor een architectuuranalyse.

Veelgestelde vragen
Wat is het verschil tussen monolith en microservices?

Een monolithic architecture is één geïntegreerde applicatie waarin alle componenten samen draaien en samen worden gedeployed. Een microservices architecture verdeelt het systeem in kleinere, onafhankelijke services die via API’s communiceren en afzonderlijk kunnen worden uitgerold. Het belangrijkste verschil zit in structuur en onafhankelijkheid. Een monolith centraliseert alles. Microservices verdelen functionaliteit over meerdere services.


Wat zijn de 3 C’s van microservices?

De 3 C’s van microservices verwijzen doorgaans naar: Componentization – Het opsplitsen van het systeem in zelfstandig deploybare services. Collaboration – Het afstemmen van services op team ownership en domeingrenzen. Connectivity – Het betrouwbaar laten communiceren van services via API’s en messaging. Samen zorgen deze principes voor flexibiliteit, zonder structurele helderheid te verliezen.


Welke grote bedrijven gebruiken microservices?

Veel grote technologiebedrijven gebruiken microservices, waaronder Netflix, Amazon en Uber. Deze organisaties opereren op enorme schaal, waar onafhankelijke schaalbaarheid, fault isolation en teamautonomie essentieel zijn. Belangrijk om te beseffen is dat deze bedrijven zijn geëvolueerd naar microservices naarmate hun complexiteit toenam. Ze zijn daar niet per definitie mee begonnen.


Waarom overstappen van monolith naar microservices?

Organisaties stappen meestal over van een monolith naar microservices wanneer de bestaande architectuur schaalbaarheid beperkt, releasecycli vertraagt of teamcoördinatie bemoeilijkt. Migratie wordt doorgaans gedreven door groei. Wanneer systeemcomplexiteit, traffic of teamgrootte toeneemt, kan het opsplitsen van services flexibiliteit en veerkracht verbeteren. De overstap moet echter voortkomen uit structurele noodzaak, niet uit trendgevoeligheid.


can-senturk
Can Şentürk
Marketing & Sales Executive

Als Marketing & Sales Executive bij Tuple maak ik gebruik van mijn expertise op het gebied van digitale marketing terwijl ik voortdurend streef naar persoonlijke en professionele groei. Mijn sterke interesse in IT motiveert me om op de hoogte te blijven van de nieuwste technologische ontwikkelingen.

Ook interessant

Bouw de juiste architectuur vanaf dag één

Kiezen tussen monolith en microservices draait niet om trends. Het draait om fit. Wij helpen bij het ontwerpen van softwarearchitecturen die balans brengen tussen duidelijkheid en schaalbaarheid, zonder onnodige complexiteit toe te voegen.

Bespreek je architectuur
Tuple Logo
Veenendaal (HQ)
De Smalle Zijde 3-05, 3903 LL Veenendaal
info@tuple.nl‭+31 318 24 01 64‬
Snel navigeren
Succesverhalen